Coronatijd: kinderen spelen alleen bij water

Ik fiets in deze coronatijd richting de recreatieplas. Ik zie dat het druk is met mensen die aan het wandelen zijn of de hond uitlaten. Ik zet mijn fiets tegen een boom, de plek waar ik hem altijd neerzet.

Als ik voor me kijk zie ik de bekende speelplek met daarachter het grote meer. Ha heerlijk, lekker uitwaaien, de zon schijnt en ik voel de rust. De grote vrijheid die ik ervaar. Abrupt is het moment verdwenen. Ik moet twee keer kijken voordat tot me doordringt wat er voor me gebeurt. Ik zie een jongen van een jaar of vijf met een klein kind in zijn armen lopen. Er zijn bij deze plas twee speeltuinen en deze jongen is onderweg naar de andere speeltuin. Op zich zou je denken: niks mis mee, maar er is wel wat mis. Ik zie geen vader of moeder van de kinderen. Ook zie ik dat er bij de tweede speelplek nog een derde jongen aan het spelen is. Ik gok dat hij een jaar of drie is.

Het beeld klopt niet in mijn hoofd. Hoe komen deze kinderen hier? En waar zijn de ouders? Ik voel de behoefte naar de kinderen toe te lopen. Het maakt me bang dat de kinderen zonder een volwassene bij het water zijn. Ik bel mijn vriend en vertel hem dat ik in staat ben de politie te bellen.

Terwijl ik kijk zie ik de kleinste jongen op de grond zitten. Hij kan niet lopen en moet huilen. De oudste jongen zit op zijn knieën en maakt een hoge berg van zand. Ik bedenk dat er straks vast een papa of mama aan zal komen. Ik draai me om en zie een man richting de speeltuin lopen met een kleine rugzak in zijn handen. Dit duurt een minuut of vijf. Ah, denk ik dit is de vader. Ik zie dat de man naar mij kijkt en ik voel me er niet prettig bij. Als ik bedaard ben blijkt dat de man een sigaret aan het roken is, en niet van plan is om naar de kinderen te lopen. Hij besluit een pad verder te nemen voordat hij op de kinderen afloopt.

Ik voel van alles bij hoe de man handelt. Deed hij dit altijd of is hij de kinderen een middag zat? Ik vraag me af of ik anders had moeten handelen? Had ik de man aan moeten spreken?Ik fiets naar huis en bedenk hoe het er thuis bij deze mensen aan toe gaat. Zou er een moeder in het spel zijn? In eerste instantie denk ik: die man is niet goed bij zijn hoofd. Later bedenk ik dat ik de reden niet weet waarom de man de kinderen alleen laat.

Ik kom thuis met de gedachte: er had vanmiddag een kind kunnen verdrinken. Ik wil de kinderen de veiligheid geven, maar ook niet oordelen op voor hand. Hoe handelen jullie in deze situatie? Bedenk je wat er allemaal aan de hand kan zijn of trek je direct een conclusie?

Liset van de Sanden draaide tien jaar mee in de reguliere kinderopvang. Het zat haar niet lekker, dat de focus niet bij het kind lag. In haar columns kijkt ze terug en wil ze mensen aan het denken zetten: hoe sluiten we beter aan op de behoefte van het kind.

Mijn columns online

Welkom op detaalvanhetkind. Ik ben Liset, ik woon in Hoofddorp, en ben 35 jaar. Op deze site schrijf ik over mijn werkervaring in de kinderopvang, mijn eigen ontwikkeling en de ontwikkeling van kinderen en wat ik hierin belangrijk vind. Voor mij een manier om te delen hoe ik aankijk tegen opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Dit kan in de huiselijke sfeer zijn maar ook in de kinderopvang. Hoe sluiten we aan bij de behoefte van een kind. Voor informatie verwijs ik u door naar de knop over mij. Of stuur gerust een bericht.

info@detaalvanhetkind.nl

http://www.linkedin.com/in/liset-van-de-sanden