De jongen op de bank

De jongen op de bank

Een dunne jongen van drie jaar, als ik hem aankijk lacht hij verlegen naar mij. `s Ochtends komt hij aan de hand van zijn vader binnen. De kinderen op de groep zijn luidkeels aan het spelen. De jongen houdt zijn schouders naar voren en kijkt naar beneden. Het is tijd om afscheid te nemen van zijn vader. De jongen gaat op de stoel voor het raam staan en zwaait zijn vader uit

Op de tafel staat fruit en drinken, de andere kinderen vertellen hun weekendverhalen. Na het eten zit de jongen als enige aan tafel. Ik vind het prima dat hij daar op zijn gemak zit. Een collega loopt langs en zegt met stemverheffing: ‘Nu is het mooi geweest aan tafel.’ De jongen schrikt en kijkt op, zijn ogen lijken waterig. Hij klimt houterig van tafel.

De kinderen zijn deze ochtend vrij aan het spelen. De jongen gaat met een boek op de bank zitten.

De deur zwaait open en daar is de juf van de drie-plus groep: waar de oudste kinderen naar toe gaan als voorbereiding op school. Ze roept alle oudste kinderen op om mee te gaan. De jongen zit verstijfd op de bank. Dan noemt de juf zijn naam op.

De kinderen maken een rij, twee aan twee. De jongen schuift schoorvoetend naar de rij. De deur gaat open en de rij kinderen loopt door de gang naar een ander lokaal. De jongen gaat langzamer lopen, struikelend over zijn eigen benen. Hij begint te huilen en de andere kinderen blijven staan. De juf vraagt of de jongen een hand wil, de jongen komt niet uit zijn woorden van het huilen.

Eenmaal in het andere lokaal wordt er gezongen. De jongen zingt stil mee. Hij doet mee aan een knutselactiviteit aan tafel. Na een ochtend spelen in het andere lokaal is het tijd om naar de huidige groep te gaan. De jongen haalt opgelucht adem, ook op de terugweg loopt hij achteraan.

Als vader de jongen komt ophalen, geeft hij hem een knuffel. Ik vertel vader hoe het met hem gegaan is. Ik vraag aan de jongen of hij het leuk heeft gehad, hij glimlacht. Ik vraag me af waarom hij mee naar de drie-plus groep moest. Vond hij het zelf leuk of was het alleen omdat het hoorde bij de opvang?

Ik kan het niet loslaten en stel mij voor wat wij als leidsters hadden kunnen doen. Ik beleef de situatie opnieuw, maar dan met een andere aanpak. Nadat de jongen van vader afscheid heeft genomen, had ik hem een compliment kunnen geven. Ik had kunnen zeggen dat ik het knap vind dat hij naar vader heeft gezwaaid. Ik had op een kleine stoel naast hem kunnen gaan zitten. Ondertussen zeg ik tegen de jongen ‘Wat is het al druk op de groep hé?’. De jongen zou misschien niets teruggezegd hebben, maar hij had vast erkenning gevoeld voor zijn eigen gevoelens.

Als de jongen naar de drie-plus groep gaat had ik hem verteld dat hij naar de leidsters mag gaan als er iets is wat hij niet leuk vindt. Ook had ik kunnen afspreken dat als hij terug op de groep zou zijn, we samen zouden kletsen hoe het gegaan was.

Als de jongen dit vertrouwen heeft in de leidster, kan de leidster samen met de groep kinderen praten over hoe zij het vonden op de drie plus groep. Op deze manier krijgt de jongen ook het vertrouwen om actief mee te doen in het kringgesprek. Ook kan hierin besproken worden hoe de kinderen elkaar kunnen versterken in deze situaties. Zo geef ik de jongen mee dat zijn gevoel ertoe doet.

Hoe ga jij om met buitenbeentjes? Of was je zelf een buitenbeentje? Reageer!

Liset van de Sanden draaide tien jaar mee in het stramien van de reguliere kinderopvang. Het zat haar niet lekker. In haar columns kijkt ze terug en wil ze mensen aan het denken zetten: hoe sluiten we beter aan op de behoefte van het kind.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.